Volgende Vorige Hoofdstuk 8 8.1 Dialoog 8.2 Woordenlijst 8.6 Negatie 8.7 Preposities 8.9 Uitspraak: ij / ei — eu — ie Verdieping Opdracht: Reactie met negatie Klik de juiste reactie aan. toon alle opgaven vorige volgende Heb je een balkon? ? Nee, ik heb geen balkon. ? Nee, ik heb niet een balkon. Hebben jullie Spaanse wijn? ? Nee, wij hebben de Spaanse wijn niet. ? Nee, wij hebben geen Spaanse wijn. Moeten we het nagerecht al bestellen? ? Nee, dat moet je nu niet bestellen. ? Nee, dat hoef je nu niet te bestellen. Wil je een nieuwe spijkerbroek? ? Nee, ik hoef geen nieuwe broek. ? Nee, ik moet geen nieuwe broek. Komen je ouders vanavond ook? ? Nee, zij komen niet. ? Nee, geen komt. Ken jij Martina? ? Nee, ik ken Martina niet. ? Nee, ik ken niet Martina. Heb je dit boek nodig? ? Nee, ik heb geen nodig. ? Nee, ik heb het niet nodig. Is deze kamer te huur? ? Nee, deze kamer is niet te huur. ? Nee, deze kamer is geen huur. Komt Alex uit Enschede? ? Nee, hij komt uit geen Enschede. ? Nee, hij komt niet uit Enschede. Betaalt Simon dit rondje? ? Nee, hij betaalt dit rondje niet. ? Nee, hij betaalt niet dit rondje. Houd je van boontjes? ? Nee, ik houd niet van boontjes. ? Nee, ik houd van geen boontjes. Zal ik mijn naam spellen? ? Nee, dat moet niet. ? Nee, dat hoeft niet. oké