Volgende Vorige Chapter 2 2.1 Dialoog 2.2 Woordenlijst 2.7 Vraagwoordvragen 2.8 Possessief pronomen 2.13 Uitspraak: a — aa Extra material Opdracht: Possessief pronomen Welk woord past in de zin? Klik het goede woord aan. toon alle opgaven vorige volgende Julia, waar is ___ boek? ? jouw ? jij Dit is mijn broer, en ___ vriendin heet Tanja. ? hij ? zijn Wij wonen nu in Haarlem en ___ adres is Zijlweg 12. ? hun ? ons Magda en Joop, wie is ___ docent? ? zijn ? jullie Ulrike gaat met ___ ouders op vakantie. ? zij ? haar ___ naam is Ning. ? Mijn ? Ik Ning en Susy doen een cursus Nederlands. ___ docent heet Karin Dijkstra. ? Zijn ? Hun Mevrouw, wat is ___ woonplaats? ? uw ? ons oké