Nederlands in gang

Chapter 6

Vul de juiste vorm van het werkwoord in. Klik als je alles hebt ingevuld op Controleer opdracht.
Klik op '[?]' als je het antwoord niet weet. Deze knop toont het goede antwoord.

1 kiezen
Jasper en Christine de biefstuk met frietjes en de salade.

2 halen
De ober een lepel.

3 houden
jullie van stamppot andijvie?

4 proeven
Jasper de salade.

5 laten
‘De rekening is € 65,–.’ ‘Alstublieft, € 70,–. u de rest maar zitten.’

6 kunnen
Je in de kantine koffiedrinken.

7 willen
je ook spekjes bij de stamppot?

8 mogen
Mevrouw, ik iets vragen?

9 moeten
De studenten vaak naar de dialogen luisteren.

10 zullen
ik koffie halen?