Nederlands in gang

Chapter 7

Vul het juiste woord in. Klik als je alles hebt ingevuld op Controleer opdracht.
Klik op '[?]' als je het antwoord niet weet. Deze knop toont het goede antwoord.

Kies uit:

verschillend – licht – soms – allerlei – allebei – eventueel – normaal – zo – ergens – laag

Je mag elk woord één keer gebruiken.

1 We hebben studenten uit landen: Duitsland, Syrië, China.
2 Kan ik hier knoflook kopen?
3 Mijn vriendin draagt het liefst een spijkerbroek, maar draagt ze een rok of een jurk.
4 In welke zaak koop jij je kleding?
5 Jullie zijn heel . Jullie zijn heel anders.
6 Wij wonen in Enschede.
7 U kunt het toetje later bestellen.
8 Ik zoek een winterjas. Het is koud in Nederland.
9 De prijzen in deze winkel zijn altijd . Het is hier goedkoop.
10 Hebt u ook blauwe overhemden?