Volgende Vorige Chapter 7 7.1 Dialoog 7.2 Woordenlijst 7.3 Kleuren 7.7 Comparatief en superlatief 7.9 Objectvorm personaal pronomen 7.11 Uitspraak: eindklank -e Extra material Grammar Gapped text Intensive listening Video Song Marco Borsato Extra opdracht 1: Reacties Extra opdracht 2: Doen, maken, hebben, zijn Extra opdracht 3: Werkwoorden Klik de juiste reactie aan. toon alle opgaven vorige volgende Wat vraagt de verkoopster? ? Mag ik u helpen? ? Kan ik u helpen? Je zoekt een broek. Wat vraagt de verkoopster? ? Wilt u een hoog of een laag model hebben? ? Moet u een hoog of een laag model hebben? De verkoopster vraagt of ze kan helpen. Wat zeg je? ? Ik zal even kijken. ? Ik wil even kijken. Je ziet een mooie broek. Wat vraagt de verkoopster? ? Wilt u hem passen? ? Kunt u hem passen? Je past een broek. Wat vraagt de verkoopster? ? Kunt u een grotere maat hebben? ? Moet u een grotere maat hebben? Je vraagt naar een broek maat 36. Wat zegt de verkoopster? ? Ik zal even kijken. ? Ik mag even kijken. De broek met de juiste maat is er niet. Wat zegt de verkoopster? ? Die maat mag ik dan bestellen. ? Die maat kan ik dan bestellen. Je staat bij de kassa. Je hebt T-shirts gekocht. Wat vraagt de verkoopster? ? Hoe zult u betalen? ? Hoe wilt u betalen? oké