De (on)zin van rankings Lijstjes en rangordes: we zijn dol op. [?] . Ook in de wetenschappelijke wereld spelen ze een rol. In Leiden wordt jaarlijks de Leiden Ranking gemaakt van de vijfhonderd productiefste universiteiten wereldwijd. Wat is nut van rankings en hoe komen tot stand? [?] ? Paul Wouters, directeur van het Centrum voor Wetenschap en Technologische Studies (CWTS) en hoogleraar sciëntometrie, analyseert de rol van wetenschap in de samenleving. Dit bracht hem bij de Leiden Ranking. ‘De focus van onze ranking is onderzoek. De Leiden Ranking is gebaseerd op objectieve gegevens over publicaties uit het web of science, niet informatie die universiteiten zelf aanleveren. [?] . We kijken daarbij naar productie: hoeveel en op welke gebieden wordt gepubliceerd? We kijken naar impact: heeft de publicatie invloed gehad op andere onderzoekers? En we kijken naar samenwerking: tussen wetenschappers nationaal en internationaal en tussen wetenschap en bedrijfsleven. Uit de keuze van verschillende indicatoren komen verschillende volgordes. Wij zijn van mening dat geen absolute rankings maken zijn.’ [?] .’ De bekendste, wereldwijde lijst is de Shanghai Ranking. De Leiden Ranking is mede ontstaan uit onvrede daarover. ‘De Shanghai Ranking presenteert zich als een min of meer absolute ordening ‘[?] over onderzoek, onderwijs, geld, Nobelprijswinnaars et cetera’, zegt Wouters. ‘De indruk wordt gewekt dat dit een soort absolute maat is, maar daar geloven wij niet in. [?] . Er kán gewoon geen lijst zijn van wie de beste is, je kunt de verschillende rollen en dimensies van universiteiten niet samenvatten in één lijst. Wil je vergelijken, zorg dan dat je geen appels met peren vergelijkt. Onze scope is veel beperkter, maar daardoor zijn we beter in staat ene aspect objectief beoordelen. [?] . We claimen ook niet dat je met deze lijst in handen moet bepalen waar je gaat studeren.’ Het nut van rankings is volgens Wouters vooral dat ze ondersteunende informatie bieden. ‘Stel, je kunt als onderzoeker kiezen tussen een baan in Utrecht en een baan in Leiden. Dan zou ik ook kijken naar rankings, om een completer beeld te krijgen.’ Rankings zijn ook zeer geschikt om vragen op te roepen. ‘Als een universiteit opeens flink stijgt of daalt, kun je gericht onderzoeken wat daar de oorzaak is. [?] . Wordt er minder geld gestoken in onderzoek? Heeft de instelling geïnvesteerd in een groot, riskant project waar in eerste instantie niet veel uit komt?’ De makers van de Leiden Ranking constateren dat een verschuiving gaande is. [?] . Wouters: ‘De Verenigde Staten zijn jarenlang dominant. ‘[?] . Dat is onder meer een gevolg van de Tweede Wereldoorlog: veel talent vluchtte uit Duitsland naar de Verenigde Staten, na de oorlog werd de aantrekkingskracht nog versterkt. Het land is gericht op technologische innovatie [?] en investeert ongelofelijk veel geld in universiteiten.’ De opkomst van nieuwe wetenschapsgebieden als China, Brazilië, India, Turkije en Iran is inmiddels ook zichtbaar, legt Wouters uit. ‘De eerste indicator is dat het aantal publicaties stijgt; eerste instantie is de invloed klein, [?] , maar we zijn zeker van dat deze landen grotere wetenschappelijke invloed gaan uitoefenen. [?] . Nederland doet het overigens nog steeds heel goed, met relatief weinig geld. Geen enkele Nederlandse universiteit staat in de top tien. Dat gaat ook niet gebeuren, daarvoor gaat niet genoeg geld naar onderzoek. Als je de Nederlandse universiteiten als een netwerk beschouwt, doen we het echter heel goed: [?] : geen uitschieters, maar een “hoogvlakte”. Nederlandse wetenschappers werken heel hard en geven ook veel onderwijs. Ons systeem is lean and mean. We behoren tot de wereldtop in sterrenkunde, aidsonderzoek, darmonderzoek, zijn sterk in sociale wetenschappen, psychologie, sommige takken van wiskunde en geschiedschrijving.’