Nederlands naar perfectie

Hoofdstuk 3

Uitspraak en verstaan

Tekst 1 – Zakendoen in de nieuwe economie (vanaf 1:14 minuten)

Oefening 2 (bij tekst 1): De stomme e [ə]
Doel
In oefening 1 bij dit hoofdstuk is de stomme e [ə], of sjwa, al even genoemd. Deze klank kom je in heel veel Nederlandse woorden tegen. Denk aan de lidwoorden (bijvoorbeeld ‘de’), de onbeklemtoonde pronomina (‘je’, ‘ze’, ‘we’) en adjectieven als ‘grote’, ‘fijne’ of ‘prettige’.
Het doel van deze oefening is dat je de stomme e [ə] herkent en woorden met deze klank beter leert uitspreken.

Instructie
  1. Luister naar de tekst van 1:14 minuten tot 2:51 minuten en lees mee. In de tekst zijn zinsdelen cursief gemaakt. In deze cursieve delen zitten een of meer woorden met een stomme e [ə]. Zet een 'u' waar je een stomme e [ə] hoort. Zet een 'e' waar je géén stomme e [ə] hoort. (Aangezien de stomme e [ə] niet op je toetsenbord voorkomt, gebruik je in deze oefening de 'u' waar je een stomme e [ə] hoort.)
  2. Luister nog een keer naar de tekst. Zet de opname na het cursieve deel steeds even stil en zeg dit deel zo precies mogelijk na.
Voorbeeld
Zak[   ]ndoen in d[   ] nieuw[   ] [   ]onomie Zakundoen in du nieuwu economie

Tekst
  

Zet een 'u' waar je een stomme e [ə] hoort. Zet een 'e' waar je géén stomme e [ə] hoort.
(Aangezien de stomme e [ə] niet op je toetsenbord voorkomt, gebruik je in deze oefening de ‘u’ waar je een stomme e [ə] hoort.)

Klik op 'Extra letter' als je het antwoord niet weet.


Zakendoen in de nieuwe economie (vanaf 1:14 minuten)

(…)
Introductie
Ondernmrs in d nieuw conomie vrkopn performance, geen product. Dat is een fundamenteel nieuwe klantpropositie, die niet meer cirkelt om de eigendomsoverdracht van producten, maar om de toegang ertoe. De producent blijft eigenaar, d gbruikr rknt hm af op d prstatie. Op de prestatie van het product en – niet in d laatst plaats – op de prestatie van de producent. Ook nadat ‘de koop’ gesloten is. Producntn n gbruikrs staan in d nieuw conomie dus in nauwer contact met elkaar. De duurzaamheid van die klantrelatie bepaalt in hog mat ht succs van ondernemers in de nieuwe economie. Om die omslag, en de verdienmodellen erachter, op waard t kunnn schattn, nemen we eerst de oude economie onder de loep. Hoe zat ht oud consumptiemodl in lkaar? Waarom heeft het zo lang gefunctioneerd? En vooral: waarom is het in de nieuwe economie niet zinnig meer?

In de genen van het oude consumptiemodel zit het take-make-dispose-systeem. Bdrijvn nmn materialn n grondstoffn uit of van d aard en steken er arbeid en energie in om er een product van te maken. Het eigendom van het product verschuift bij de kooptransactie naar de koper, die het product gebruikt zolang het hem goeddunkt. Aan ht eind van d gbruiksfas blandt ht product op de schroothoop of – in het gunstige geval – in een of andere inzamelbak of kringloopwinkel. Producten – en het eigendom ervan – volgn dus voornamlk n linair rout.