Nederlands op niveau

Hoofdstuk 1

Grammatica

Opdracht 3

Vul het werkwoord tussen haakjes in op de juiste positie in de zin.
Klik op '[?]' als je het antwoord niet weet. Let op: deze knop toont het goede antwoord.

Als je klaar bent met de opdracht klik je op 'controleer' om je antwoorden te controleren.


1. (geniet)

2. (kent)

3. (hadden)

4. (belden)

5. (ben)

6. (is)

7. (doe)

8. (schijnt)

9. (studeerde)

10. (doe)

11. (woonden)

12. (bent)