Nederlands op niveau

Hoofdstuk 2

Onregelmatige werkwoorden

Opdracht 4

Vul het participium of het imperfectum in van de volgende werkwoorden:

afwijken gedragen onthouden ontslagen opbergen toestaan verkopen vervangen

Klik op 'extra letter' als je het antwoord niet weet.

Als je klaar bent met de opdracht klik je op 'controleer' om je antwoorden te controleren.


1. De chauffeur is , omdat hij met alcohol op achter het stuur zat.

2. Nadat ik gekeken had of mijn sleutels er allemaal nog waren, heb ik ze in het handschoenenkastje .

3. De directeur dat we met zijn allen gingen pauzeren om te kunnen genieten van de zon.

4. De man zich vreemd. Het leek alsof hij in de war was.

5. Als ze hun huis hebben, gaan ze op wereldreis.

6. De nieuwe medewerkster heeft het meisje dat ziek geworden was .

7. We van het programma omdat het ging regenen. De barbecue kon dus niet doorgaan.

8. Hij alles wat er werd gezegd en vertelde dat vervolgens door.