Nederlands op niveau

Hoofdstuk 2

Vocabulaire

Opdracht 3

Maak de zinnen compleet door het juiste woord in te vullen. Denk om de verbuiging van het werkwoord. Kies uit:

boeiend elders fel gevaarlijk haast knikken overdrijven overkant stapelen toeteren troep verstandig

Klik op 'extra letter' als je het antwoord niet weet.

Als je klaar bent met de opdracht klik je op 'controleer' om je antwoorden te controleren.


1. Aan de van de rivier ligt het oude centrum van de stad. Je kunt er via een voetgangersbrug naartoe.

2. De automobilist een paar keer, omdat er twee kinderen op de weg aan het spelen waren.

3. Herman vond de film niet echt . Daarom is hij naar huis gegaan.

4. Heb je een dikke trui aangedaan? Is dat niet een beetje ? Zo koud is het toch niet?

5. Sommige mensen denken dat het feest hier is, maar het is .

6. Het is erg om hier in zee te zwemmen. De stroming is hier heel sterk.

7. Heb je ? Doe toch een beetje rustig aan.

8. Als je de dozen , heb je veel meer ruimte om te werken.

9. Het zonlicht was heel . Ik werd er helemaal door verblind.

10. Als je het ermee eens bent, moet je even met je hoofd .

11. Het is om een brandverzekering af te sluiten. Je weet nooit wat er kan gebeuren.

12. Ruim die eens op. Of denk je dat de kaboutertjes dat straks gaan doen?