Nederlands op niveau

Hoofdstuk 4

Onregelmatige werkwoorden

Opdracht 4

Vul het juiste werkwoord in de juiste vorm in. Kies uit:

bedragen gieten krimpen meten onderhouden opwinden sluipen spuiten verzoeken

Klik op 'extra letter' als je het antwoord niet weet.

Als je klaar bent met de opdracht klik je op 'controleer' om je antwoorden te controleren.


1. Ik werd om het vliegticket uiterlijk 1 december te boeken.

2. De kosten voor het ticket € 230,–.

3. De markt voor treintickets is , omdat steeds meer mensen met het vliegtuig reizen.

4. Hij zijn gezin door naast zijn baan nog allerklei klusjes voor anderen te doen.

5. Ze zich zo , dat de stoom zo ongeveer uit haar oren .

6. Heb je al wat water bij de saus ? Hij is nog te dik.

7. Ze de kamer van de baby uit, toen ze zag dat hij sliep.

8. Ik heb de lengte van die plank , maar hij is tien centimeter te kort.