Nederlands op niveau

Hoofdstuk 4

Preposities

Opdracht 1

Welke prepositie hebben de werkwoorden?
Klik op 'extra letter' als je het antwoord niet weet.

Als je klaar bent met de opdracht klik je op 'controleer' om je antwoorden te controleren.


1. in aanraking komen, omgaan, omspringen

2. kiezen, verantwoordelijk zijn, zich inzetten

3. wijden, zich aanpassen

4. inspelen, overschakelen, recht hebben, trots zijn