Nederlands op niveau

Hoofdstuk 5

Onregelmatige werkwoorden

Opdracht 4

Vul het juiste werkwoord in de juiste vorm in. Kies uit:

bedriegen duiken genezen glimmen ontwerpen prijzen raden verraden verslijten zuigen

Klik op 'extra letter' als je het antwoord niet weet.

Als je klaar bent met de opdracht klik je op 'controleer' om je antwoorden te controleren.


1. Ik heb zijn leeftijd, het aantal personeelsleden, het juiste getal .

2. Zijn wond, zijn botbreuk, zijn ziekte is .

3. Hij heeft zijn vrouw, zijn baas, zijn klanten .

4. Zij op haar duim, op een snoepje, op een tablet.

5. Haar wangen, de auto’s, de sieraden .

6. Zijn broeken, zijn schoenen, zijn T-shirts zijn .

7. Dat bureau heeft een huis, een brug, een gebouw .

8. Hij heeft naar een gezonken auto, in Egypte, op honderd meter diepte.

9. Hij heeft zijn land, een geheim, zijn kinderen .

10. Zij werd voor haar inzet, haar werk, haar prestaties.