-
De film stemt niet helemaal overeen _____ de inhoud van het boek.
-
met
-
tot
-
Als je verhuist _____ een ander land, heb je te maken _____ allerlei regels.
-
in, aan
-
in, met
-
naar, aan
-
naar, met
-
We kunnen slechts gissen _____ zijn beweegredenen.
-
over
-
naar
-
Zij wordt beschuldigd _____ diefstal.
-
van
-
voor
-
Voldoet het apparaat _____ jullie verwachtingen?
-
aan
-
naar
-
_____ welk woord is verzwakken afgeleid?
-
Van
-
Uit
-
Maak je niet zo druk _____ die toets.
-
over
-
voor
-
Het dier zat opgesloten _____ een kleine ruimte.
-
door
-
in
-
De medewerkers werden opgeroepen _____ actie.
-
voor
-
tot
-
Zijn films onderscheiden zich _____ hun goede kwaliteit.
-
door
-
in