Nederlands op niveau

Hoofdstuk 6

Onregelmatige werkwoorden

Opdracht 1

Welk van de werkwoorden hoort bij dit groepje associaties? Kies uit:

aanbevelen blinken druipen graven overwegen (uit)wringen vreten wijten zinken

Klik op 'extra letter' als je het antwoord niet weet.

Als je klaar bent met de opdracht klik je op 'controleer' om je antwoorden te controleren.


1. kiezen, twijfelen, nadenken, misschien

2. water, draaibeweging, handen, schoonmaken, doek

3. glans, glimmen, zonlicht, reflectie, goud

4. langzaam, druppels, van boven naar beneden

5. water, diepte, naar beneden, zwaar

6. adviseren, een restaurant, van harte

7. zand, gat, tuin, aarde

8. de schuld, fout, oorzaak

9. eten, voer, dieren, onbeschaafd, haastig