Vorige Woordenschat Tekst 2.1-2.5 Tekst 3.1-3.5 Tekst 4.1-4.5 Webtekst 1-8 Oef. 19 Oef. 20 Oef. 21 Oef. 22 Geef bij de volgende woorden steeds aan of de gegeven synoniemen juist of onjuist zijn. toon alle opgaven vorige volgende aangaan = beginnen ? juist ? onjuist blijkens = ingevolge ? juist ? onjuist ontlenen = overnemen uit ? juist ? onjuist loodrecht = horizontaal ? juist ? onjuist overdragen = in handen van een andere partij geven ? juist ? onjuist ten opzichte van = tegengesteld aan ? juist ? onjuist veeleer = liever ? juist ? onjuist verwerven = bemachtigen ? juist ? onjuist toerekenbaar = gierig ? juist ? onjuist op voorhand = bij voorbaat ? juist ? onjuist oké