We gaan terug naar het gegeven uit de vorige opgave: vier mensen kunnen een schutting verven in 3 uur. Betreft dit een lineair, recht evenredig of een omgekeerd evenredig verband?
lineair
recht evenredig
omgekeerd evenredig
Welk model hoort altijd bij een lineair verband?
getallenlijn
rechthoekmodel
cirkelmodel
dubbele getallenlijn
Welke vorm heeft de grafiek bij een lineair verband altijd?
een rechte lijn
een parabool
een hyperbool
een sinusoïde
Een lineair verband kan geschreven worden in de vorm y = ax + b. a geeft het hellingsgetal aan. Wat is de betekenis van b?
Het snijpunt met de x-as.
Het snijpunt met de y-as.
Dit getal staat voor basis en is de lengte van de x-as.
Het is een variabele, een steeds veranderend getal, afhankelijk van de x-waarde.
Gegeven: een grafiek met 4 functies:
Welke formules (functies) horen bij de lijnen A, B, C en D?
A: y = 1,5x B: x = 3 C: y = −3/4 x + 14 D: y = 4
A: y = 1,5x B: y = −3/4 x + 14 C: y = 4 D: x = 3
A: y = −3/4 x + 14 B: y = 1,5x C: y = 4 D: x = 3
A: y = 4 B: x = 3 C: y = 1,5x D: y = −3/4 x + 14
We gaan terug naar de functies uit de vorige opgave:
A: y = −3/4 x + 14 B: y = 1,5x C: y = 4 D: x = 3
Welk van deze functie(s) is/zijn lineair?
functies A en C
functies A, B en C
alleen functie D
alle vier de functies
We gaan terug naar de functies uit opgave 5:
A: y = −3/4 x + 14 B: y = 1,5x C: y = 4 D: x = 3
Welk van deze functie(s) is/zijn recht evenredig?
functie A
functie B
functie C
functie D
Jan zegt dat hij een tafel wil van 2,5 m2 met een lengte van 1,5 meter. Piet wil ook een tafel met dezelfde oppervlakte maar met een lengte van 1,25 m. Jan tekent de grafiek die alle mogelijke tafels met oppervlakte 2,5 m2 beschrijft. Van wat voor verband is deze grafiek een voorbeeld?
lineair verband
recht evenredig verband
omgekeerd evenredig verband
Bepaal of er een lineair verband is in onderstaande aanbieding.
Welke uitspraak is waar?
Het is een lineair verband, omdat het steeds duurder wordt naarmate je meer beltegoed hebt.
Het is een lineair verband, omdat de toename in prijs steeds hetzelfde is, namelijk het dubbele.
Het is geen lineair verband, omdat de verhouding tussen toename prijs en toename minuten niet hetzelfde is.
Het is geen lineair verband, omdat de prijzen veelvouden van 5 zijn en de tegoeden veelvouden van 25.
Om uit te rekenen hoe lang men er over doet om van Groningen naar Amsterdam te rijden deelt men de totale afstand door de snelheid (km/uur). Is dit een voorbeeld van een lineair, recht evenredig of van een omgekeerd evenredig verband?
lineair
recht evenredig
omgekeerd evenredig
Van welke soort evenredigheid is hier sprake?
recht evenredig
omgekeerd evenredig
Twee leerlingen doen uitspraken over de evenredigheden in het volgende figuur.
Marieke: ‘Wanneer ad = bc, dan is er sprake van een omgekeerd evenredig verband.’
Bente: ‘In de figuur is een rechte lijn te zien, dus er is sprake van een lineair verband.’
Wie van hen heeft/hebben gelijk, uitgaande dat gegeven is dat ad=bc?
Marieke heeft gelijk.
Bente heeft gelijk.
Zowel Marieke als Bente heeft gelijk.
Zowel Marieke als Bente heeft ongelijk.
Welke van de volgende relaties zijn recht evenredigheden tussen x en f(x)?