Gegeven: Jan moet het product 25 × 128 uitrekenen. Hij doet dat als volgt:
100 × 128 =12800 12800 × 4 = 51200
Welke eigenschap van de bewerkingen past hij verkeerd toe?
inverse eigenschap
distributieve eigenschap
groter of kleiner maken bij delen
groter en kleiner maken bij vermenigvuldigen
Gegeven: de formule om de temperatuur in graden Celsius om te rekenen naar die in graden Fahrenheit:
°F = 9/5 × °C + 32.
Wat is de formule waarmee je graden Fahrenheit kunt omrekenen naar graden Celsius?
°C = 5/9 : (°F − 32)
°C = 9/5 : (°F − 32)
°C = 9/5 × (°F − 32)
°C = 5/9 × (°F − 32)
Gegeven: de getallen 270, 450 en 1800.
Wat is het kgv van deze drie getallen?
1800
2400
3600
5400
Gegeven: de driehoek van Pascal:
Welke getal hoort er op de plaats van het vraagteken te staan?
6
10
15
21
Gegeven: een getal is deelbaar door 6 en door 15.
Welke bewering is waar?
Het getal is zeker deelbaar door 3.
Het getal is zeker deelbaar door 60.
Het getal is zeker deelbaar door 90.
Het getal is zeker deelbaar door 120.
Gegeven: in het land van Sixt rekent men volgens het zestallig stelsel. De opgave 25 + 24 = wordt met behulp van het kralensnoer rijgend uitgerekend: 25 + 20 + 1 + 4 = 54.
Wat is de uitkomst in het land van Sixt van de optelsom 15 + 23?
11
32
38
42
Gegeven: gegeven een kaart met een aantal routes.
Hoeveel verschillende routes zijn er waarmee je van A, via B en C, rechtstreeks bij D kunt komen?
10
15
24
36
Gegeven: twee opgaven met een uitwerking: I: 3501 × 2999 = 3500 × 3000 II: 3501 + 2999 = 3500 + 3000
Welke van deze uitwerkingen is correct?
alleen I
alleen II
allebei correct
allebei fout
Gegeven: een getal in de wetenschappelijke notatie: 1,453 • 1012
Welk normaal geschreven getal staat hier wetenschappelijk genoteerd?
1.453.000.000
14.530.000.000
145.300.000.000
1.453.000.000.000
Vier kinderen rekenen de opgave 7,9 × 5,4 uit:
Ben: ‘Ik doe gewoon 79 × 54. Dan heb ik een antwoord, en dat deel ik door 100.’
Lies: ‘Ik doe eerst 8 × 5,4. En dan trek ik er nog 0,1 van af.'
Freek: ‘Ik maak er een makkelijkere som van. 7,9 daar maak ik 8 van. En 5,4 daar maak ik dan 5,5 van. En dan reken ik uit hoeveel 8 × 5,5 is.’
Lotte: '8 × 5 is het ongeveer. Dan doe je 0,1 te veel en 0,4 te weinig. Er moet dus nog 0,3 bij.’
Welk kind gebruikt een correcte strategie?
Ben
Lies
Lotte
Freek
Gegeven Jan rekent uit op zijn rekenmachine hoeveel zakjes van 12 knikkers hij kan maken uit zijn voorraad van 2345 knikkers. Hij krijgt: 2345 : 12 = 195,4167. Hij wil weten hoeveel losse knikkers hij overhoudt als de 195 zakjes gevuld zijn.
Welke berekening moet hij gebruiken?
0,4167 × 12
0,4167 × 2345
2345 − (195 : 12)
195 − (2345 × 12)
Gegeven: twee stellingen: Stelling I: Een getal is deelbaar door 3 als de som van de cijfers deelbaar is door 3. Stelling II: Een getal is deelbaar door 8 als het getal gevormd door de laatste 2 cijfers deelbaar is door 8.
Wat geldt voor deze stellingen?
Alleen stelling 1 is juist.
Alleen stelling 2 is juist.
Beide stellingen zijn juist.
Beide stellingen zijn onjuist.
Gegeven: een stapel loten van de voetbalclub heeft opeenvolgende nummers van 67891247 tot en met 67891281.