Rekenen en wiskunde uitgelegd

Hoofdstuk 1

Twee vergelijkingen met twee onbekenden

Maak de opgaven. Klik op 'Controleer' om je antwoorden te controleren en de uitwerkingen te bekijken.
  1. De volumes van twee regentonnen verhouden zich als 4 : 3. Tapt men van de eerste ton 40 liter en van de tweede 70 liter, dan zit er in de eerste ton dubbel zoveel als in de tweede. Wat is het volume van beide tonnen?
    Het volume van de eerste ton is liter.
    Het volume van de tweede ton is liter.
  2. Een gezin bestaande uit vader, moeder en 3 kinderen gaat met de bus op bezoek bij een zus van de moeder. Ze is alleenstaand met twee kinderen. De reis kost € 11,−. Aan het eind van het bezoek besluiten de zussen dat iedereen mee teruggaat om gezellig samen te eten. De reis terug kost nu €17,−. De busrit kost euro per volwassene en een kinderkaartje kost euro.
  3. Rian heeft een hele stapel speelkaarten. Nadat zij gewonnen heeft van Elsa heeft zij 940 kaarten. De dag erna verliest zij van Piet twee keer zoveel kaarten als ze van Elsa gewonnen had. Ze heeft nog 320 kaarten over. Oorspronkelijk had Rian kaarten.