Hoofdstuk 4
Hier vind je links bij de tips van hoofdstuk 4.
TIP 84
Het is interessant om dit dynamische aspect door de leerlingen te laten ervaren. Dit kun je doen door de leerlingen verschillende routes te laten afleggen, waarbij ze stilstaan bij de draaiingen die ze maken. Als ze hierbij steeds een gestrekte arm vooruit houden, is de draaiing goed te zien door de cirkelboog die hun arm hierbij maakt. Je kunt natuurlijk ook denken aan spelletjes waarbij je een bal in een bepaald putje moet zien te krijgen. Denk maar aan een flipperkast, golf, de scheepvaart (koers), de luchtvaart en dergelijke. Hier zijn in winkels en op internet voldoende varianten van te vinden. Kijk bijvoorbeeld op www.rekenweb.nl.
TIP 94
Je kunt natuurlijk ook zelf op een zodanige afstand van de boom gaan staan dat je, wanneer je onder een hoek van 45° kijkt, de top van de boom ziet. Doordat je een hoek neemt van 45° en een andere hoek ook al bekend is, blijkt hier sprake van een bijzondere driehoek en kun je gebruikmaken van de eigenschappen van deze driehoek om de hoogte van de boom te berekenen.
Op internet zijn verschillende filmpjes te vinden over hoe je de hoogte van een boom kunt meten. Kijk bijvoorbeeld eens hier.
TIP 95
Om leerlingen te laten oefenen met het lezen van coördinaten tijdens de aardrijkskundeles kun je de leerlingen zeeslag laten spelen. Dit kan op papier of online, bijvoorbeeld op www.funnygames.nl/spel/zeeslag.html. Om de leerlingen te laten oefenen met het lezen van coördinaten in de meetkunde kun je ze een assenstelsel laten tekenen. Vervolgens noem je de coördinaatpunten die ze moeten tekenen. Je kiest hierbij voor coördinaten die gezamenlijk een figuur vormen, bijvoorbeeld een rechthoek, vierkant of ster. Wanneer de leerlingen de punten verbinden, kunnen ze direct zien of ze de punten goed hebben geplaatst.
TIP 96
Caleidoscopen zijn te koop in speelgoedzaken bij het goedkopere speelgoed. Om echt zicht te krijgen op de werking van een caleidoscoop is het interessant om met leerlingen zelf een caleidoscoop te maken. Op internet zijn daarvoor bouwplaten te koop, zoals op www.ipacity.nl of is er een gratis demonstratie te zien.
TIP 97
Spiegels zijn een mooie aanleiding om met kleuters op onderzoek uit te gaan. Geef de kleuters een spiegel en stel vragen over wat ze kunnen zien en hoe ze ervoor kunnen zorgen dat ze bepaalde voorwerpen in het spiegeldbeeld krijgen. In een filmpje van Talentenkracht is dat heel mooi te zien. Daar werd de vraag gesteld: ‘Kun je mij in de spiegel zien?’. Vervolgens zei de onderzoeker ‘O ja, ik zie jou ook.’ Ga naar www.talentenkracht.nl en zoek vervolgens naar ‘Marien en de spiegel’.
TIP 98
Een mooi voorbeeld uit de begintijd van het realistisch rekenen zijn de vierkuberhuisjes. Leerlingen uit de middenbouw wordt gevraagd hoeveel verschillende huisjes ze van vier blokjes kunnen bouwen. Een belangrijke vraag die zich aandient: ‘Wanneer is een huisje echt anders dan een ander huisje?’ Afhankelijk van de ervaring die de leerlingen hebben met betrekking tot spiegelen en roteren kan dit tot verschillende antwoorden leiden. Zo kunnen ze komen op vijftien verschillende huisjes, maar meetkundig gezien zijn er als alle spiegelingen eenmaal meetellen slechts zes wezenlijk verschillende huisjes te onderscheiden.
TIP 100
Komen tot deze redenaties is echter lastig als je weinig ervaring hebt opgedaan met het maken van doorsneden. Tekeningen kunnen helpen, maar eerst eens ervaring opdoen met oase- of kleifiguren is handig om hier meer grip op te krijgen. Dit is bovendien een leuke activiteit voor leerlingen van de bovenbouw. Hier vind je een lesactiviteit over doorsneden van kubussen.
TIP 102
Zoek ook eens naar prentenboeken of verzin zelf een verhaal waardoor leerlingen worden uitgedaagd om volgens bepaalde voorschriften te bouwen. Het boek Klein-Mannetje heeft geen huis (Velthuijs, 1983) gaat in op verschillende typen huizen en zou een aanleiding kunnen zijn voor het bouwen van verschillende huizen. Dit boek is ook voor het digitale schoolbord beschikbaar op: www.youtube.com/watch?v=3S7ei9KwpIk.