Speaking - pronunciation
Exercise 1
Repeat the following sentences after the beep.
Hide text
Heb je een grote familie?
Heb je broers en zussen?
Hoe oud is jouw vader?
In welk jaar is jouw opa geboren?
Heb je ook tantes en ooms?
Mijn broer is drieëntwintig jaar.
Mijn vader speelt gitaar.
Mijn moeder kookt graag.
Ik heb één zus en twee broers.
Mijn opa is vorig jaar overleden.