Start.nl - deel 1

Chapter 3

Negations: geen
 

positivenegative

Ik heb een tante.

Hij heeft een broer.

Ze hebben een grote familie.

Ik heb geen tante.

Hij heeft geen broer.

Ze hebben geen grote familie.

We hebben Ø kinderen.

Daar wonen Ø nieuwe mensen.

We hebben geen kinderen.

Daar wonen geen nieuwe mensen.


Look at the sentences above.
1. When do you use geen?
2. What is the position of geen?