Start.nl - deel 1

Chapter 4

Grammar

Exercise 3

Fill in the right form of the verb in brackets.
Click on 'free letter' or on '[?]' if an answer is giving you trouble. Note: the [?] button will show the correct answer.

If you've completed the exercise, click on 'check' to check your answers.

1. ‘s Ochtends hij niet. (ontbijten)

2. Waar jij? (studeren)

3. ze (sing.) een afspraak met haar vriend? (hebben)

4. Waar jij vandaan? (komen)

5. Hij graag gitaar. (spelen)

6. ik je wat vragen? (mogen)

7. Hij graag met jou gaan zwemmen. (willen)

8. ik vanavond naar jou toe komen? (zullen)

9. Ze (sing.) iedere avond. (koken)

10. U mij op dit telefoonnummer bellen. (kunnen)