Speaking - pronunciation
Exercise 1
Repeat the following sentences after the beep.
Hide text
Ik heb een badkamer met bad en douche.
In de kamer staat een bed.
We moeten de keuken delen.
Onze tuin is heel groot.
Het huis heeft drie slaapkamers.
Het toilet is op de eerste verdieping.
Er staat een bank tegen de linkermuur.
Er hangt een lamp boven de tafel.
Er ligt een kleed op de grond.
Er hangen gordijnen voor het raam.
Er hangt een poster aan de muur.
Er staat een bed in het midden van de kamer.