Volgende Vorige Hoofdstuk 12 12.1 Dialoog 12.2 Woordenlijst 12.3 De weg vragen en wijzen 12.4 Demonstratief pronomen — zelfstandig 12.5 Beschrijven wat je ziet 12.6 Scheidbare werkwoorden 12.7 Uitspraak: -isch en -tie Verdieping Opdracht 1: Die en dat Opdracht 2: Demonstratief pronomen Vul het juiste demonstratief pronomen in. Klik als je alles hebt ingevuld op Controleer opdracht.Klik op '[?]' als je het antwoord niet weet. Deze knop toont het goede antwoord.1 Kijk, ik heb nieuwe schoenen. Leuk, waar heb je [?] gekocht?2 Ken je de film Superpower? Ja, [?] heb ik samen met Paulien gezien.3 Heb je al kaartjes gekocht? Ja, [?] heb ik gisteren direct na de les gedaan.4 Heb je de tekst al gelezen?Ja, [?] heb ik al gelezen. En jij?5 Waar zijn je ouders? [?] zijn op vakantie.6 Mag ik even naar de wc? Ja hoor, [?] is goed.7 Zal ik dit boek kopen voor Marga? Ja, [?] is een leuk idee. [?] heeft ze nog niet, denk ik.8 Hoe ken je Sofia en Elias? [?] ken ik van de cursus.9 Vraag jij de rekening even? Ja, [?] zal ik doen.10 Heb jij mijn pen gezien? Ja, [?] ligt hier, onder je boek. Controleer opdracht oké