In de startblokken

Hoofdstuk 12

Maak de zinnen compleet. Gebruik de goede vorm van het werkwoord. Klik als je alles hebt ingevuld op Controleer opdracht.
Klik op '[?]' als je het antwoord niet weet. Deze knop toont het goede antwoord.

Voorbeeld:
aankomen (presens) De tram om 12.00 uur bij het Rijksmuseum.
De tram komt om 12.00 uur bij het Rijksmuseum aan.


1 meenemen (presens) Ik een plattegrond.
.
2 samenwonen (presens) Patricia.
.
3 afspreken (presens) Hoe laat we?
?
4 meenemen (perfectum) Wie een cadeau voor Marit?
?
5 aankomen (perfectum) Kirsten om 11.00 uur in Amsterdam.
.
6 afrekenen (perfectum) Ik de koffie al.
.
7 samenwonen (perfectum) We in de Verenigde Staten ook.
.