Volgende Vorige Hoofdstuk 12 12.1 Dialoog 12.2 Woordenlijst 12.3 De weg vragen en wijzen 12.4 Demonstratief pronomen — zelfstandig 12.5 Beschrijven wat je ziet 12.6 Scheidbare werkwoorden 12.7 Uitspraak: -isch en -tie Verdieping Opdracht 1: Zinsconstructie Opdracht 2: Scheidbare werkwoorden Maak de zinnen compleet. Gebruik de goede vorm van het werkwoord. Klik als je alles hebt ingevuld op Controleer opdracht.Klik op '[?]' als je het antwoord niet weet. Deze knop toont het goede antwoord.Voorbeeld: aankomen (presens) De tram om 12.00 uur bij het Rijksmuseum.De tram komt om 12.00 uur bij het Rijksmuseum aan.1 meenemen (presens) Ik een plattegrond.[?]. 2 samenwonen (presens) Patricia.[?].3 afspreken (presens) Hoe laat we?[?]? 4 meenemen (perfectum) Wie een cadeau voor Marit?[?]? 5 aankomen (perfectum) Kirsten om 11.00 uur in Amsterdam.[?]. 6 afrekenen (perfectum) Ik de koffie al.[?].7 samenwonen (perfectum) We in de Verenigde Staten ook.[?]. Controleer opdracht oké