Volgende Vorige Hoofdstuk 14 14.1 Dialoog 14.2 Woordenlijst 14.3 Informatie vragen 14.4 Zullen (3) — waarschijnlijkheid Opdracht 7: Ipie in de sportschool 14.7 Uitspraak: sch- en sp- en st- Verdieping Opdracht: Zullen – waarschijnlijkheid Geef een reactie of maak de zin compleet. Gebruik zullen (waarschijnlijkheid) + wel en de woorden tussen haakjes. Klik als je alles hebt ingevuld op Controleer opdracht.Klik op '[?]' als je het antwoord niet weet. Deze knop toont het goede antwoord.1 Koop je een jaarabonnement? – Ja, een jaarabonnement ___ (goedkoper).Ja, een jaarabonnement [?].2 Weten jullie waar Thorsten is? – Hij ___ (ziek).Hij [?].3 Zijn de buren niet thuis? – Nee, ze ___ (op vakantie).Nee, ze [?].4 Je houdt ook van hiphop, hè? Ik heb hier een nieuwe cd met hiphopnummers. Je ___ (cd, leuk vinden).[?].5 Mijn computer is kapot! – Vincent ___ (helpen), hij is erg technisch.Vincent [?], hij is erg technisch. 6 Wat is het donker! – Ja, het ___ (gaan regenen).Ja, het [?].7 Komt Martina met de auto of met de trein? – Ze ___ (met de trein).Ze [?].8 Ik kon bijna niet uit de trein komen. Er stonden heel veel mensen voor de ingang. – Ja belachelijk, dat ___ (typisch Nederlands).Ja belachelijk, dat [?].9 Kun je me zeggen waar de Kerkstraat is? – De Kerkstraat ___ (in het centrum).De Kerkstraat [?]. 10 Ik wil graag meedoen aan het buikspierkwartier. Ik ga op tijd want ___ (druk zijn).Ik ga op tijd want [?]. Controleer opdracht oké