Hoofdstuk 14
- 14.1 Dialoog
- 14.2 Woordenlijst
- 14.3 Informatie vragen
- 14.4 Zullen (3) — waarschijnlijkheid
- Opdracht 7: Ipie in de sportschool
- 14.7 Uitspraak: sch- en sp- en st-
- Verdieping
Lees de tekst. Welke zin past bij Arthur, Linda, Mike, Ruud, Nina en Babette?
- Ik sport graag samen met mijn vrienden.
- Ik haat sporten.
- Ik blijf gemotiveerd door mijn personal trainer.
- Door het sporten voel ik me goed en het gaat beter met mijn studie.
- Ik houd van buiten sporten.
- Ik ga drie keer per week naar de sportschool.