In de startblokken

Hoofdstuk 15

Geef antwoord op de vragen. Gebruik er of daar en gebruik de woorden tussen haakjes. Klik als je alles hebt ingevuld op Controleer opdracht.
Klik op '[?]' als je het antwoord niet weet. Deze knop toont het goede antwoord.

1 Hoelang woon je nu in Nederland?
(een week) – .

2 Wat ligt er op tafel?
(een boek) – .

3 Kun je om 15.30 uur in Amsterdam zijn?
(nee) – .

4 Wat zit er in je tas?
(een pen, een telefoon) – .

5 Heb je in Hamburg gewoond?
(ja, acht jaar) – .

6 Was het druk in de bibliotheek?
(ja, veel studenten) – .

7 Kun je op internet?
(nee, een storing) – .

8 Waarom is je vader in Indonesië?
(voor zijn werk) – .

9 Kan ik me nu inschrijven?
(nee, een probleem met de website) – .

10 Hoe laat kun je in Maastricht zijn?
(20.00 uur) – .