Volgende Vorige Hoofdstuk 2 2.1 Dialoog 2.2 Woordenlijst 2.5 Zinnen: hoofdzinnen: tijd en plaats 2.6 Possessief pronomen 2.8 Uitspraak: a — aa Verdieping Gatentekst Leestekst Uitspraakvideo's Extra opdracht 1: Werkwoord Extra opdracht 2: Werkwoorden Extra opdracht 3: Prepositie invullen Intensieve luistertekst Filmpje Welk woord past in de zin? Klik het goede woord aan. toon alle opgaven vorige volgende Welke dag ___ het vandaag? ? is ? heeft Morgen ___ ik jarig. ? heb ? ben ___ je ouders op bezoek? ? Komen ? Komt Het ___ elf uur. ? is ? heeft We ___ naar de les. ? moet ? moeten oké