Hoofdstuk 3
- 3.1 Dialoog
- 3.2 Woordenlijst
- 3.4 Artikel / diminutief
- 3.5 Zinnen: hoofdzin + inversie
- 3.6 Rangtelwoorden
- Verdieping
Lees de tekst en beantwoord de vragen.
- Marie wil graag iets warms drinken. Ze vindt koffie niet lekker. Wat kan ze bestellen?
- Thomas drinkt geen alcohol. Hij wil graag een koud drankje. Hij heeft € 2,50. Wat kan hij bestellen?
- Peter is jarig. Hij wil zijn vrienden Freek en Jos trakteren op wijn. Uit welke wijnsoorten kunnen ze kiezen?