Volgende Vorige Hoofdstuk 4 4.1 Dialoog 4.2 Woordenlijst 4.5 Een afspraak maken 4.6 Uitspraak: e — ee en u — uu Verdieping Downloaden Opdracht 1: Vocabulaire 1 Opdracht 2: Vocabulaire 2 Vul het juiste woord in. Klik als je alles hebt ingevuld op Controleer opdracht. Klik op '[?]' als je het antwoord niet weet. Deze knop toont het goede antwoord.1 Heb je [?] om met ons te eten?2 Hoe [?] het met Christine en Andreas?3 Zondag heb ik al een [?], maar maandag kan ik wel.4 En dinsdag? Nee, dan [?] ik niet.5 Wij gaan naar de markt. Ga je [?]? Controleer opdracht oké