Volgende Vorige Hoofdstuk 4 4.1 Dialoog 4.2 Woordenlijst 4.5 Een afspraak maken 4.6 Uitspraak: e — ee en u — uu Verdieping Opdracht: Reacties Welk woord past in de zin? Klik het goede woord aan. toon alle opgaven vorige volgende Alles goed? ? Het gaat wel. ? Ja, leuk. Kom je na de vakantie naar de film kijken? ? Nee, ik heb al een afspraak. ? Ja, goed idee. Zullen we de 29ste afspreken? ? Ja, lekker. ? Ja, dat kan. Ga je mee naar de winkel? ? Nee, ik kan niet. ? Ja, hartstikke goed. Zal ik betalen? ? Ja, leuk. ? Ja, prima. oké