Volgende Vorige Hoofdstuk 5 5.1 Dialoog 5.2 Woordenlijst 5.4 Pluralis 5.5 Adjectief 5.6 Op de markt 5.7 Imperatief Verdieping Downloaden Opdracht: Vocabulaire Welk woord past in de zin? Klik als je alles hebt ingevuld op Controleer opdracht.Klik op '[?]' als je het antwoord niet weet. Deze knop toont het goede antwoord.Kies uit:ongeveer – vaak – goedkoop – altijd – typisch – boodschappen doen – genoeg – natuurlijk – beurt – welJe mag elk woord één keer gebruiken. 1 Ik moet nog gauw even [?].2 Wie kan ik helpen? Wie is er aan de [?]?3 Na de lente komt [?] de zomer.4 [?] wil ik iets drinken. Het is zó warm!5 Wat is [?] Nederlands op een verjaardag?6 Zijn groentes en fruit in Nederland [?]?7 Mijn broer komt om [?] 14.00 uur.8 Een kilo aardappels, is dat [?] voor vier personen? 9 Haar vader is [?] in Indonesië voor zijn werk. Hij is nu ook in Indonesië. 10 Kosten aardbeien 6 euro per kilo? O, dat is [?] duur. Controleer opdracht oké