Volgende Vorige Hoofdstuk 5 5.1 Dialoog 5.2 Woordenlijst 5.4 Pluralis 5.5 Adjectief 5.6 Op de markt 5.7 Imperatief Verdieping Opdracht: Gesprek voeren Maak het gesprek bij de groenteboer compleet. Klik als je alles hebt ingevuld op Controleer opdracht.Klik op '[?]' als je het antwoord niet weet. Deze knop toont het goede antwoord.Groenteboer: Wie is er aan de [?]?Klant: Ik.Groenteboer: [?] u het maar.Klant: Ik [?] graag een bloemkool. [?] u ook tomaten?Groenteboer: Natuurlijk! Grote of kleine?Klant: Doe [?] grote. En wat [?] de paprika’s?Groenteboer: Drie voor twee euro.Klant: Prima.Groenteboer: [?] nog iets?Klant: Ja, een [?] champignons.Groenteboer: Alstublieft. Dat [?] het?Klant: Ja.Groenteboer: Dat is dan vijf [?].Klant: Alstublieft. Controleer opdracht oké