Volgende Vorige Hoofdstuk 7 7.1 Dialoog 7.2 Woordenlijst 7.3 Kleuren 7.6 Comparatief en superlatief 7.7 Demonstratief pronomen 7.8 Objectvorm van het personaal pronoom 7.9 Uitspraak: eindklank -e Verdieping Opdracht: Vocabulaire Vul de juiste kleur in. Klik als je alles hebt ingevuld op Controleer opdracht.Klik op '[?]' als je het antwoord niet weet. Deze knop toont het goede antwoord.1 De kleur van Nederland en sinaasappels is [?].2 Aubergines zijn [?].3 Bananen en citroenen zijn [?].4 Kiwi’s en broccoli zijn [?].5 Aardbeien zijn [?].6 Spijkerbroeken zijn vaak [?] of [?]. 7 Knoflook is [?].8 Een kokosnoot is wit vanbinnen, maar de buitenkant is [?].9 Blauw is een typische kleur voor jongens. Voor meisjes is [?] de typische kleur.10 Maar welke groente is [?]? Een olifant en een muis hebben die kleur wel. Controleer opdracht oké