Volgende Vorige Hoofdstuk 8 8.1 Dialoog 8.2 Woordenlijst 8.4 Negatie 8.5 Preposities 8.6 Zinnen: conjuncties: nevenschikkend 8.7 Uitspraak: ij / ei — eu — ie Verdieping Audio Opdracht 1: Reacties Opdracht 2: Woordvolgorde Zet de woorden in de goede volgorde. Klik als je alles hebt ingevuld op Controleer opdracht.Klik op '[?]' als je het antwoord niet weet. Deze knop toont het goede antwoord.1 heeft – bad – Dit huis – geen[?].2 niet – bellen – kan – u – Vandaag – ik [?].3 zal – u – Ik – laten – zien – verschillende mogelijkheden[?].4 we – niet – gebruiken – Dat – ook [?].5 Mag – overleggen – dit – met mijn vriend – ik [?]?6 hier – niet – Sorry, – u – pinnen – kunt[?].7 niet – die broek – Ik – wil – in die kleur – hebben[?].8 u – ook – Wilt – een voorgerecht – misschien[?]?9 voor vier personen – ik – nodig – andijvie – Hoeveel – heb [?]?10 kan – niet – ik – Morgen – komen[?]. Controleer opdracht oké