Volgende Vorige Hoofdstuk 8 8.1 Dialoog 8.2 Woordenlijst 8.4 Negatie 8.5 Preposities 8.6 Zinnen: conjuncties: nevenschikkend 8.7 Uitspraak: ij / ei — eu — ie Verdieping Opdracht 1: Preposities 1 Opdracht 2: Preposities 2 Vul de juiste prepositie in. Klik als je alles hebt ingevuld op Controleer opdracht.Klik op '[?]' als je het antwoord niet weet. Deze knop toont het goede antwoord.Makelaar: Dus u zoekt woonruimte [?] de stad. [?] hoeveel personen? Patricia: Twee. [?] mezelf en mijn vriend. Wij gaan samenwonen.Makelaar: Zoekt u een bepaald type woning? [?] een tuin? Of een bovenwoning? Of een appartement? Patricia: Ik heb geen idee. Wat zijn de mogelijkheden?Makelaar: Ik zie [?] uw formulier de maximale huurprijs. Ik zal u een paar woningen laten zien [?] de computer. Dit is een leuke bovenwoning [?] de derde verdieping, in een oude buurt, niet ver [?] het centrum. Het is dicht [?] het park. De woning heeft een woonkamer [?] 35 vierkante meter, een open keuken, twee ruime slaapkamers en een balkon [?] het westen. [?] de gang is de wc en een eenvoudige badkamer, [?] alleen een douche.Patricia: O, wij hoeven geen bad. Dat gebruiken we toch niet. Hebt u nog meer geschikte huizen te huur?Makelaar: Ja, dit huisje is erg leuk [?] twee personen. Het is wat duurder, want we verhuren dit gemeubileerd, dus [?] kasten, bedden, een tafel en stoelen, een bureau en een bank.Patricia: Dat is wel een voordeel, want we hebben nog niets. En het heeft een mooie, zonnige kamer! Is het een benedenwoning? [?] een tuin? Dat lijkt me fantastisch! Ja, het is duurder, dat is waar. Ik wil dit even met mijn vriend overleggen. Ik bel u zo snel mogelijk [?] een nieuwe afspraak. Controleer opdracht oké