Volgende Vorige Hoofdstuk 8 8.1 Dialoog 8.2 Woordenlijst 8.4 Negatie 8.5 Preposities 8.6 Zinnen: conjuncties: nevenschikkend 8.7 Uitspraak: ij / ei — eu — ie Verdieping Gatentekst Leestekst Uitspraakvideo's Extra opdracht 1: Tegenstelling Extra opdracht 2: Werkwoorden Intensieve luistertekst Filmpje Liedje Vul de tegenstelling in. De eerste leter is gegeven. Klik als je alles hebt ingevuld op Controleer opdracht. Klik op '[?]' als je het antwoord niet weet. Deze knop toont het goede antwoord.1 Wil je iets drinken? Nee dank je, ik hoef n[?].2 De courgettes zijn duur vandaag, maar de andijvie is g[?].3 Heeft ze lang haar? Nee, ze heeft k[?] haar.4 Maurits eet veel, maar Gabrielle eet w[?].5 We doen nu tekst 4 en tekst 5 doen we l[?].6 Een heel bakje champignons is te veel voor mij. Kan ik een h[?] bakje krijgen?7 Dit T-shirt is al oud, maar mijn broek is n[?].8 Ik ga vaak naar de film en s[?] naar een restaurant.9 Ik vind ijs lekker, maar cappuccino-ijs vind ik v[?].10 De keuken is donker, maar de woonkamer is l[?]. Controleer opdracht oké