Volgende Vorige Hoofdstuk 9 9.1 Dialoog 9.2 Woordenlijst 9.3 Bij de huisarts 9.4 Dagdelen 9.5 Perfectum 9.7 Uitspraak: eind -n Verdieping Audio Opdracht 1: Reactie Opdracht 2: Dialoog 1 Opdracht 3: Dialoog 2 Opdracht 4: Dialoog 3 Zet het gesprek in de goede volgorde. Klik als je alles hebt ingevuld op Controleer opdracht. 1 ? Eet en drinkt u wel? Wat is er aan de hand? Hebt u koorts? Ik ben ziek. Ja, een beetje. Nee, alles doet zeer. 2 ? Eet en drinkt u wel? Wat is er aan de hand? Hebt u koorts? Ik ben ziek. Ja, een beetje. Nee, alles doet zeer. 3 ? Eet en drinkt u wel? Wat is er aan de hand? Hebt u koorts? Ik ben ziek. Ja, een beetje. Nee, alles doet zeer. 4 ? Eet en drinkt u wel? Wat is er aan de hand? Hebt u koorts? Ik ben ziek. Ja, een beetje. Nee, alles doet zeer. 5 ? Eet en drinkt u wel? Wat is er aan de hand? Hebt u koorts? Ik ben ziek. Ja, een beetje. Nee, alles doet zeer. 6 ? Eet en drinkt u wel? Wat is er aan de hand? Hebt u koorts? Ik ben ziek. Ja, een beetje. Nee, alles doet zeer. Controleer opdracht oké