In de startblokken

Hoofdstuk 9

Vul de juiste vorm van het werkwoord in. Klik als je alles hebt ingevuld op Controleer opdracht.
Klik op '[?]' als je het antwoord niet weet. Deze knop toont het goede antwoord.

1 werken
Ik heb tot 19.00 uur .

2 proberen
Heb je de zalf ?

3 helpen
Ik heb mijn zoon met zijn huiswerk .

4 doen
Wat heb je in het weekend ?

5 bekijken
We hebben gisteren een bovenwoning .

6 zijn
Ben je vorig jaar in Venetië ?

7 drinken
We hebben na de les nog iets .

8 eten
Hebben jullie stamppot andijvie met spekjes ?

9 vergeten
Sorry, ik ben je naam . Hoe heet je?

10 denken
Wat u? Zijn de bultjes een allergische reactie?

11 lijken
Je op je zus.

12 meegeven
Ik zal u iets tegen de jeuk .

13 krabben
Ik heb een zalf tegen de jeuk, anders ik mijn huid kapot.