-
-
Morgen ik ga naar mijn moeder.
-
Morgen ga ik naar mijn moeder.
-
Morgen naar mijn moeder ik ga.
-
-
Twee broers ik heb.
-
Heb ik twee broers.
-
Ik heb twee broers.
-
-
Mijn vader helpen oude mensen.
-
Mijn vader oude mensen helpen.
-
Mijn vader helpt oude mensen.
-
-
Ze willen wonen bij hun kinderen niet.
-
Willen ze wonen bij hun kinderen niet.
-
Ze willen niet bij hun kinderen wonen.
-
-
Ze hebben elkaar via internet ontmoet.
-
Ze elkaar via internet hebben ontmoet.
-
Ze hebben ontmoet elkaar via internet.
-
-
In mijn land mag je niet scheiden.
-
In mijn land je mag niet scheiden.
-
In mijn land je mag scheiden niet.
-
-
In China je hebt veel gezinnen met één kind.
-
In China hebt je veel gezinnen met één kind.
-
In China heb je veel gezinnen met één kind.
-
-
Mijn vader en moeder allebei werken.
-
Mijn vader en moeder werken allebei.
-
Mijn vader en moeder werkt allebei.