Volgende Hoofdstuk 1 Woorden Spelling Grammatica Uitspraak Toets Examen Oefening 1 Oefening 2 Meervoud Gatenoefening Geef het meervoud van het woord tussen haakjes. 1. Ik heb drie [?] en een oom. (tante)2. Hij is met zijn [?] op vakantie gegaan. (neef)3. Zij heeft nog één opa en twee [?]. (oma)4. In deze groep zitten acht vrouwen en zes [?]. (man)5. De [?] in dit dorp zijn voor kleine gezinnen. (huis)6. De [?] van de kinderen voetballen iedere dag samen. (vader)7. Hoeveel [?] blijven jullie daar? (week)8. Hij speelt graag met zijn [?]. (zus)9. Deze [?] hebben geen ouders. (meisje)10. Ze hebben twee honden en drie [?]. (kat) controleer hint OK