Taaltalent 3

Hoofdstuk 1

Woordenschat

Gatenoefening

Typ het goede woord in de zin. Soms moet je de vorm van het woord veranderen. Klik op 'controleer' als je klaar bent.
Kies uit: overdag - vrijwilliger - bezig - vergeten - ellende - onthouden - bewoner - snappen - kwaad - geduld

1. De van het verzorgingshuis krijgen iedere dag om vijf uur hun avondeten op hun kamer.
2. Toen mijn vader geen werk kon vinden, heeft hij veel als gewerkt.
3. In het begin was hij op zijn vorige baas en hij begreep niet waarom hij ontslagen was.
4. Mijn moeder was toen nooit thuis, omdat zij van 's ochtends vroeg tot laat in de middag moest werken.
5. Nu heeft mijn vader werk gevonden in het bejaardenhuis. Hij houdt zich met de verzorging van bejaarden.
6. Oude mensen willen graag veel vertellen, maar ze praten vaak langzaam. Je moet daarom veel en tijd hebben als je hen bezoekt.
7. De mensen in het bejaardenhuis vertellen hem over hun en over hun problemen met hun familie.
8. Mijn oma soms om haar medicijnen te nemen.
9. Ze vergeten vaak welke pil ze hebben geslikt, maar mijn vader dat voor hen.
10. Ik niet dat hij dit werk leuk vindt. Ik werk veel liever met jonge mensen.