Volgende Vorige Hoofdstuk 3 Woorden Spelling Grammatica Uitspraak Toets Examen Oefening 1 Oefening 2 Werkwoord - Gatenoefening Zet de werkwoorden tussen haakjes in de goede vorm van de tegenwoordige tijd. Klik op 'controleer' als je klaar bent. Voorbeeld:Ik ... in Amsterdam. (wonen)Ik woon in Amsterdam.1. Mijn vader [?] een appartement in Utrecht. (hebben)2. [?] jij volgende week verhuizen? (gaan)3. Mijn moeder [?] volgende week zestig. (worden)4. In februari [?] hij een jaar in Nederland. (zijn)5. Mijn oma woont in Haarlem, maar mijn opa [?] niet meer. (leven)6. Mijn zus [?] volgende week naar Enschede. (verhuizen)7. Hij [?] een driekamerappartement met balkon. (willen)8. Vanuit de woonkamer [?] je de tuin zien. (kunnen)9. Mijn buurman [?] zijn vrouw iedere dag bloemen. (geven)10. Ik [?] mijn ouders niet zo vaak. (zien) controleer hint OK