Volgende Vorige Hoofdstuk 4 Woorden Spelling Grammatica Uitspraak Toets Examen Gatenoefening Schrijf het goede woord of de goede woorden in de tekst. Klik op 'controleer' als je klaar bent. A. Vul het juiste voorzetsel in.1. De krant komt iedere dag precies [?] halfacht 's ochtends.2. Hij werkt drie dagen per week [?] kantoor.3. Ze kijken iedere avond [?] de televisie.4. Hij zit iedere dag achter de computer van zeven uur 's avonds [?] twee uur 's nachts.5. [?] het eten drinken de meeste Nederlanders een kopje koffie.B. Vul in: want of omdat.1. Ze heeft de monteur gebeld, [?] ze niet op internet kan.2. Ik word lid van de bibliotheek, [?] ik lees graag de nieuwste boeken.3. [?] de film niet meer in de bioscoop draaide, heb ik hem op dvd gekocht.4. Hij heeft een nieuwe telefoon gekocht, [?] zijn oude telefoon kapot is.5. Er worden minder televisies verkocht, [?] veel mensen kijken via internet.C. Zet de woorden tussen haakjes in de goede volgorde.1. Ze hebben een nieuwe camera gekocht, omdat [?]. (niet goed – het geluid van de oude – was) 2. Om acht uur 's avonds zijn veel mensen thuis, want [?]. (zien – dan – willen – ze – het nieuws)3. Ik zit niet op Facebook, omdat [?]. (veel tijd – kost – me – het)4. Vroeger luisterde ik graag naar de radio, want [?]. (goede programma's – waren – toen – er)5. Omdat [?], moet de gewone telefoon blijven bestaan. (bellen – mobiel – niet – kunnen – veel ouderen)D. Vul het juiste woord in. Soms moet je de vorm veranderen. Je kunt kiezen uit: verrassen – opzoeken – nummeren – hollen – lenen1. Hij de moeilijke woorden in het woordenboek .2. Ik iedere week een paar boeken bij de bibliotheek.3. Als je nog op tijd wilt komen, moet je .4. Hij zijn vrouw met een cd van haar favoriete zanger.5. Kun jij deze tijdschriften ? Je begint bij 1 en eindigt bij 230.E. Vul het juiste woord in. Soms moet je de vorm veranderen. Je kunt kiezen uit: reclame – toestemming – model – slok – spelletje1. Ze dronk haar koffie met grote [?] op.2. Op de televisie maken ze veel voor frisdrank.3. Kinderen spelen niet meer zo veel . Ze zitten liever achter de computer.4. Als je de boeken langer wilt hebben, moet je [?] vragen aan de bibliotheek.5. Ik gebruik mijn mobiele telefoon heel vaak. Daarom wil ik altijd het nieuwste hebben. controleer OK