Taaltalent 3

Hoofdstuk 5

Spelling - Gatenoefening

Vul in: een 'd' of een 't'. De werkwoorden zijn regelmatig.
1. Hij heeft gisteren zijn kamer geschilder.
2. We hebben in het weekend heerlijk gefiets.
3. Ze heeft een opleiding in het buitenland gevolg.
4. De cursisten hebben vandaag veel geleer.
5. Heb jij je huiswerk weer niet gemaak?
6. Mijn ouders zijn naar Leiden verhuis.
7. Hebben jullie jullie koffers al gepak?
8. Ik heb twee jaar bij dit bedrijf gewerk.
9. Mijn opa heeft niet zo lang geleef.
10. Hij heeft mijn vraag niet beantwoor.