Hoofdstuk 7
Luisteroefening
Luister naar de zinnen en zeg ze na.
1. Hij zegt dat hij de koeien moet melken.
2. Ze zegt dat ze de kippen gaat voeren.
3. Hij zegt dat hij de planten water moet geven.
4. Ze zegt dat ze dierenarts wil worden.
5. Hij zegt dat hij de appels gaat plukken.
6. Ze zegt dat ze meer vrije tijd wil hebben.
7. Hij zegt dat hij op een tractor kan rijden.
8. Ze zegt dat ze graag voor dieren wil zorgen.
9. Hij zegt dat hij veel buiten moet werken.
10. Ze zegt dat ze haar producten goed kan verkopen.