Volgende Vorige Hoofdstuk 9 Woorden Spelling Grammatica Uitspraak Toets Examen Oefening 1 Oefening 2 Grammatica - Gatenoefening Vul het goede woord in. Klik op 'controleer' als je klaar bent. Kies uit: 'die' of 'dat'.1. De ober mijn biertje kwam brengen, was niet zo vriendelijk.2. Ze werkt in het restaurant mijn vader opgezet heeft.3. In Amsterdam zijn er veel bezienswaardigheden, [?] dagelijks door veel toeristen bezocht worden.4. We maakten een tocht op een rondvaartboot [?] niet zo stabiel was.5. We bezochten in Maastricht het Bonnefantenmuseum, aan de Maas ligt.6. In Alkmaar zie je op vrijdagochtend mannen [?] met kazen sjouwen.7. We sliepen in een bed [?] keihard was.8. We wilden graag aan het tafeltje bij het raam stond, zitten.9. Ik neem het nagerecht ik altijd neem.10. We doen alleen de excursies niet te duur zijn. controleer hint OK