Volgende Vorige Hoofdstuk 9 Woorden Spelling Grammatica Uitspraak Toets Examen Oefening 1 Spelling - Gatenoefening Zet het werkwoord tussen haakjes in de juiste vorm van de tegenwoordige tijd. Voorbeeld:Ik ... het weekend naar Amsterdam. (gaan)Ik ga het weekend naar Amsterdam.1. De gids [?] al onze vragen. (beantwoorden)2. Ik [?] graag een grachtentocht. (maken)3. Hij [?] naar de top van de toren. (klimmen)4. [?] jij dit jaar de reis naar Londen? (organiseren)5. Mijn vriendin [?] iedere dag in het park. (lunchen)6. Mijn zus [?] van het mooie uitzicht. (genieten)7. Zijn broer [?] ober in dit restaurant. (worden)8. Dit bedrijf [?] meer dan duizend liter bier per dag. (produceren)9. De groep [?] diverse musea. (bezichtigen)10. Ons hotel [?] aan zee. (liggen) controleer hint OK